vrijdag, september 26, 2003

Droom

Ik rij in Mick, mijn mooie witte busje. Over de snelweg, het is vroeg of laat en ik ben moe. Mijn ogen zijn moe en mijn handen en benen zijn zwaar. Ik ben blij met stuurbekrachtiging. Ik drink uit een blikje sinas. Tot zover nog heel realistisch allemaal, het zou zo gisteren gebeurd kunnen zijn. Dan zie ik een bocht, ik rij hard en ben niet op tijd met sturen. Ik zie vangrail en wil sturen maar het blikje sinas zit in de weg. Ik geef het op en wacht met mn handen beschermend over mn hoofd de klap af. Ik klap, ik stuiter, ik sla over de kop, minstens twee keer, ik stuiter en beweeg nog steeds. Maar ik voel niets. Alsof ik tegen mijn stoel aan geplakt zat terwijl Mick stuitert en omslaat. Als Mick en ik eindelijk stilliggen wurm ik me uit de gordel en uit de auto. Ondersteboven. Ik heb nix.

Ergens daar word ik wakker. Ik heb een uur op de rand van slaap en wereld gebalanceert en me afgevraagd of het waar was of niet. Het was zo echt en, nog veel erger, het zou zo echt kunnen zijn. Hoe vaak zit ik niet doodmoe en op in de auto van Delft naar huis... Ik schaam me mild maar ben blij dat ik in bed lig.